1. Uitkomsten meicirculaire 2016

Samenvatting

In deze bijlage geven we een totaaloverzicht van de uitkomsten van de meicirculaire 2016. We beginnen met een samenvattend overzicht in de tabel. Daarna lichten we elk onderwerp toe. In het tweede deel van de bijlage geven we een nadere analyse van de uitkomsten.

+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten
- is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten
bedragen x € 1.000

Omschrijving

2016

2017

2018

2019

2020

Meicirculaire 2016

-5.188

-4.751

-5.781

-5.611

-5.141

De meicirculaire 2016 van de algemene uitkering uit het gemeentefonds geeft de volgende uitkomsten:

  • 2016: € 5,2 miljoen positief
  • 2017: € 4,8 miljoen positief
  • 2018: € 5,8 miljoen positief
  • 2019: € 5,6 miljoen positief
  • 2020: € 5,1 miljoen positief
Af te zonderen posten

Wmo (met name huishoudelijke hulp)

285

505

505

505

505

We krijgen extra geld voor de Wmo, in € 2016 € 285.000 en vanaf 2017 jaarlijks € 505.000. Dit is bedoeld als reguliere compensatie voor prijsontwikkeling en voor vernieuwing van maatschappelijke ondersteuning. Het geld voor de vernieuwing krijgen we vanaf 2017. Dan wordt het budget voor de huishoudelijke hulp toelage structureel gemaakt. De voorwaarden voor de inzet van dit geld zijn dan niet meer van toepassing. Gemeenten mogen de middelen ruimer inzetten voor vernieuwing.

Voorschoolse voorziening peuters

50

100

150

200

250

We ontvangen budget om opvang te bieden aan peuters zonder recht op kinderopvangtoeslag die nu niet naar een voorschoolse voorziening gaan. Het gaat om € 50.000 in 2016, € 100.000 in 2017, € 150.000 in 2018, € 200.000 in 2019 en € 250.000 vanaf 2020. Landelijk gaan ongeveer 40.000 peuters niet naar de kinderopvang of peuterspeelzaal. Het is de bedoeling dat gemeenten alle peuters de mogelijkheid geven om naar een voorschoolse voorziening te gaan.

Maatschappelijke opvang

23

-381

-381

-381

-381

We krijgen vanaf 2017 jaarlijks € 381.000 minder voor maatschappelijke opvang. Dat komt door een aanpassing van het model waarmee het geld over de gemeenten verdeeld wordt.

Jeugdzorg

384

1.157

1.321

1.296

1.299

We krijgen extra geld voor de jeugdzorg, in 2016 € 384.000 en vanaf 2017 jaarlijks € 1,2 tot € 1,3 miljoen. Naast de reguliere loon- en prijsbijstellingen gaat het op hoofdlijnen om de volgende aanpassingen:

  • Vanaf 2016 geldt het objectieve verdeelmodel.
  • De ouderbijdrage is afgeschaft. Dit betekent een verhoging van het budget.
  • Vanaf 2017 worden de middelen die via de Wet langdurige zorg werden besteed aan orthocommunicatieve behandeling van kinderen met autisme aan het budget voor de jeugdzorg toegevoegd.
  • Een gemeentelijke bijdrage aan de uitvoeringskosten van de SVB in 2017.

De maatstaven en aantallen die het Rijk heeft gebruikt voor 2017 zijn definitief. Dat zorgt voor stabiliteit voor gemeenten.

Wmo/AWBZ

2.248

1.851

2.168

2.202

2.091

We krijgen extra geld voor de Wmo/AWBZ, in 2016 € 2,2 miljoen en vanaf 2020 ruim € 2 miljoen. Naast de reguliere loon- en prijsbijstellingen gaat het op hoofdlijnen om de volgende aanpassingen:

  • Als centrumgemeente voor beschermd wonen krijgen we in 2016 € 0,6 miljoen compensatie omdat het verschil tussen het vernieuwde historische verdeelmodel 2016 en het oude historische model 2015 groter dan 5% is.
  • In 2016 worden de pgb’s Wmo over 2015 afgerekend. Landelijk is afgesproken dat overschrijdingen als gevolg van onrechtmatige pgb-betalingen niet uitgezonderd worden van de afrekening van de SVB met gemeenten.
  • Een gemeentelijke bijdrage aan de uitvoeringskosten van de SVB in 2017.

Participatiewet

783

812

787

781

-427

We krijgen extra middelen voor de uitvoering van de Participatiewet. Het gaat om een jaarlijks bedrag van € 0,8 miljoen. Het bedrag voor 2020 is aanzienlijk lager, door de afbouw van de WSW (verlaging van de raming ten opzichte van 2019). Het extra budget is bijna helemaal bedoeld als compensatie voor prijsontwikkeling.

Loon- en prijsstijgingen

960

2.400

2.400

2.400

2.400

We zetten geld apart om loon- en prijsstijgingen te kunnen betalen, in 2016 € 960.000 en vanaf 2017 € 2,4 miljoen. Op basis van de huidige CAO voor gemeenten stijgen de loonkosten in 2016 met 3% en in 2017 met 0,4%. Deze CAO loopt tot 1 april 2017. Het Centraal Planbureau verwacht dat de lonen in 2017 in totaal met 1,9% stijgen. In de algemene uitkering krijgen we altijd een vergoeding voor inflatie. Omdat de landelijke inflatie op dit moment lager is dan verwacht is deze vergoeding lager. Het gevolg is dat onze verwachte kosten voor loon- en prijsstijgingen hoger zijn dan de vergoedingen die we van het Rijk ontvangen.

Totaal af te zonderen posten

4.733

6.444

6.950

7.003

5.737

Saldo meicirculaire

-455

1.693

1.169

1.392

596

Saldo meicirculaire 2016

Als we rekening houden met de bedragen die we moeten afzonderen voor specifieke onderwerpen is het saldo
van de meicirculaire als volgt:

  • 2016: € 455.000 positief
  • 2017: € 1,7 miljoen negatief
  • 2018: € 1,2 miljoen negatief
  • 2019: € 1,4 miljoen negatief
  • 2020: € 0,6 miljoen negatief

Analyse op hoofdlijnen

+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten
- is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten
bedragen x € 1.000

Omschrijving

2016

2017

2018

2019

2020

Samen de trap op en af

57

-174

-58

116

-58

De ontwikkeling van de algemene uitkering hangt voor een belangrijk deel af van de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens de normeringssystematiek (samen de trap op en af) hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van de algemene uitkering. Het rijk stort in 2016 € 117 miljoen minder in het gemeentefonds dan eerder aangekondigd. Over 2015 krijgen we nog een nabetaling, waardoor het nadeel beperkt blijft tot € 67 miljoen. Het verschil komt met name doordat in de laatste raming van het CPB (Centraal Planbureau) de inflatie lager is dan eerder verwacht. In 2017 is het accres weer positiever, waardoor beide jaren elkaar redelijk compenseren. Het jaar 2019 is weer wat negatiever dan de septembercirculaire 2015.

Nominale ontwikkeling

960

2.052

2.493

2.872

3.314

Bij loon- en prijsstijging is sprake van een fors nadeel. Dat komt doordat we voor 2016 en 2017 een grotere loon- en prijsstijging verwachten dan we landelijk gecompenseerd krijgen in de algemene uitkering. Daarnaast zien we in de meicirculaire een bijzondere ontwikkeling. Ten opzichte van de septembercirculaire stijgt het prijsniveau van het bruto binnenlands product terwijl in het accres sprake lijkt te zijn van een dalende inflatie. We hebben ervoor gekozen dit deels te corrigeren, zodat we een reëlere inschatting hebben van de prijsontwikkeling.

Afbouw Wsw-regeling

-1.150

De WSW regeling wordt jaarlijks afgebouwd. In 2016 ontvingen we € 21,5 miljoen en dit wordt afgebouwd naar € 15,8 miljoen in 2020. De verlaging in 2020 ten opzichte van 2019 (€ 1,1 miljoen) was nog niet werkt in de raming in de programmabegroting 2016-2019.

Verhoogde asielstroom

231

869

Het Rijk doet de komende jaren ook extra uitgaven als gevolg van de verhoogde asielstroom. Dit leidt tot hogere rijksuitgaven en daarmee tot een hoger gemeentefonds. In 2016 gaat het om € 160 miljoen en in 2017 om € 85 miljoen. Dit wordt aangeduid als partieel accres. De algemene uitkering wordt hiermee in 2016 en 2017 verlaagd en landelijk toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering ‘Verhoogde Asielinstroom’. Het is hiermee de bijdrage die alle gemeenten betalen om de verhoogde asielstroom te bekostigen. Voor Oss betekent dit een nadeel van € 231.000 in 2016 en € 869.000 in 2017. Gemeenten kunnen een beroep doen op de decentralisatie-uitkering ‘Verhoogde asielinstroom’ om hiermee hun kosten te dekken. Dat gaat naar rato van het aantal opgevangen extra statushouders. Het gaat om kosten van eerstejaarsopvang en kosten voor integratie en participatie van vergunninghouders.

Referendum Oekraïne

-155

Onze algemene uitkering is in 2016 met € 155.000 verhoogd als compensatie voor de kosten van het referendum over de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne op 6 april. We kunnen deze kosten binnen de bestaande begroting opvangen. Daarom is het niet nodig dit bedrag af te zonderen.

Korting apparaatskosten gemeenten

335

In het regeerakkoord is opgenomen dat het Rijk streeft naar minder en grotere gemeenten. De gedachte vanuit het Rijk is dat de beoogde opschaling van gemeenten leidt tot besparingen die ontstaan door schaalvoordelen, verminderen van toezicht, vereenvoudiging van regelgeving en minder dubbeling van taken. De besparing gaat uit van een daling van het aantal gemeenteambtenaren doordat gemeenten groter worden of met elkaar gaan samenwerken. Dit leidt tot een uitname uit het gemeentefonds. De landelijke besparing op de apparaatskosten (formatie en bedrijfsvoeringskosten) is € 180 miljoen in 2017. In totaal is voor deze operatie een structurele bezuiniging van € 975 miljoen opgenomen (2025). Voor het jaar 2020 betekent dit, vertaald naar Oss, een aanvullende bezuiniging van € 335.000.

Overige rijksontwikkelingen

-1.548

-1.054

-1.266

-1.596

-1.845

Binnen de overige rijksontwikkelingen treden diverse effecten op, onder andere door:

  • een lagere uitkeringsbasis (landelijke afname van aantallen en bedragen per eenheid).
  • toename van hoeveelheden binnen het totaal van alle maatstaven, waarbij er met name een positief effect is als gevolg van een toename van het aantal woningen (door aanpassing van de definitie woonruimte), aantal minderheden e.d..
  • een correctie in verband met het plafond voor het BTW Compensatiefonds.
  • diverse kleinere mutaties.

Totaal

-455

1.693

1.169

1.392

596

Belangrijke toekomstige ontwikkeling groot onderhoud gemeentefonds

De algemene uitkering is de grootste inkomstenpost voor gemeenten. De afgelopen jaren heeft hier landelijk groot onderhoud op plaatsgevonden. Het doel van het groot onderhoud is zorgen voor een toekomstbestendige basis voor het gemeentefonds en het gemeentefonds zo goed mogelijk over alle gemeenten verdelen. Aanpassingen als gevolg van dit groot onderhoud leiden uiteraard tot herverdeeleffecten tussen gemeenten.

In 2015 is de tweede fase van het groot onderhoud in principe afgerond. We hebben de effecten in onze programmabegroting verwerkt. Dit met uitzondering van het cluster Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing. Over de herverdeling hiervan zijn landelijke discussies ontstaan. Daarom is toen besloten om de nieuwe verdeling in 2016 voor 33% in te voeren en ondertussen aanvullend onderzoek te doen.

Dit onderzoek is uitgevoerd, maar als gevolg van de grote herverdeeleffecten is besluitvorming uitgesteld tot de septembercirculaire 2016. Wij zijn bij dit onderdeel voordeelgemeente. Als de resterende herverdeling doorgaat krijgen we nog extra geld. Het gaat mogelijk om een bedrag van € 0,5 miljoen.